Een navigatiesysteem in elke bedrijfsbus en toch pakken de chauffeurs bij haast de oude routekaart. Zo gaat het in veel bouwbedrijven met BIM: Bouw Informatie Model, het digitale model waarin alle partijen dezelfde projectinformatie delen. Bijna iedereen weet dat het bestaat. Veel minder bedrijven werken er dagelijks mee. In de praktijk zien we dat dat zelden aan de software ligt, en vaker aan een vraag die niemand hardop stelt: wat levert het mij op?
Waarom blijft die kloof tussen weten en doen zo hardnekkig? En wat helpt om hem te dichten?
Dat je het weet, betekent niet dat je het doet
In de Nationale digiMonitor 2023, een telefonische enquête van digiGO en USP onder 574 organisaties in de bouw, gaf 85 procent aan BIM te kennen (in 2021 was dat 80 procent). Slechts 38 procent gebruikt het ook echt, tegen 32 procent twee jaar eerder. Bijna de helft, 47 procent, kent BIM wel maar werkt er niet mee. Aannemers en installateurs gebruiken het het minst. Ook bedrijfsgrootte speelt mee: 55 procent van de kleinste organisaties kent BIM zonder het toe te passen, terwijl bij de grootste 59 procent het wel gebruikt.
Een kanttekening: de respons bleef steken op 6,2 procent, en de onderzoekers waarschuwen zelf dat vergelijken met 2021 voorzichtigheid vraagt. Het beeld past wel bij de eerste meting van BIM Loket, Universiteit Twente en USP.
Het zit niet in de techniek
Opvallend is waar de scores laag zijn. Op ICT en datastructuur scoort de sector het hoogst, op digitale werkprocessen het laagst, in 2023 net als in 2021. In de eerste meting scoorde procesverandering, het aanpassen van bedrijfsprocessen na invoering van BIM, zelfs opvallend laag onder gebruikers. Software neerzetten lijkt dus het makkelijke deel. De werkwijze veranderen is het lastige.
Ook de reden om te beginnen zegt iets. Volgens de meting uit 2021 starten organisaties vooral door externe druk: de markt of een opdrachtgever vraagt erom. Niet-gebruikers geven meestal aan dat BIM hen geen voordeel biedt of dat hun bedrijf te klein is, en een op de vijf noemt geen enkel voordeel. Bovendien onderschatten ze juist de voordelen waar gebruikers het meest op wijzen, zoals lagere faalkosten en foutloze ontwerpen.
Veranderkundigen kennen dit patroon. Het ADKAR-model van adviesbureau Prosci, een veelgebruikt raamwerk voor verandering bij individuen, onderscheidt bewustzijn van desire: de persoonlijke keuze om mee te doen. Meer bewustzijn leidt volgens Prosci niet vanzelf tot die keuze, en die keuze draait om precies die ene vraag: what's in it for me? Leg dat naast 85 procent bekendheid en 38 procent gebruik, en de kloof is minder vreemd dan hij lijkt. Dat is onze lezing, geen uitkomst van het onderzoek.
Wat we in de praktijk zien
Ons team herkent dat patroon uit implementatietrajecten. Eén ding valt telkens op: de moeite en de winst zitten bij verschillende mensen.
Neem een aannemer die we begeleiden bij de overstap naar een gedeelde cloudomgeving voor tekeningen en modellen. De aanleiding kwam van de werkvloer: medewerkers die genoeg hadden van het zoeken naar de juiste bijlage in e-mails. Een prima vertrekpunt, want de frustratie is er al. Toch is zo'n overstap in het begin lastig. Dingen gaan langzamer, je bent afhankelijker van anderen en je kunt het niet meer op je eigen manier doen. Na een drukke periode is het dan verleidelijk om terug te vallen op de oude werkwijze. Het traject loopt daardoor trager dan verwacht.
De winst komt bovendien laat, en bij een ander. Wie vroeg in het proces een ontwerp in een model zet, merkt zelf weinig verschil met een pdf of een platte tekening. Pas verderop wordt het voelbaar: een calculator die het model alleen nog hoeft in te laden in plaats van hoeveelheden uit losse tekeningen te halen, of fouten die eerder opvallen omdat het geheel niet uit tien aparte tekeningen is samengesteld. Hoe meer onderdelen in één model samenkomen, hoe sneller je de winst ontdekt.
Wat daarom helpt: beginnen bij een frustratie die mensen herkennen in plaats van bij een technologie. Eén winst meetbaar maken, bijvoorbeeld de tijd die een calculatie kost met en zonder model. En die winst terugkoppelen aan degene die de moeite deed. Reken ook op de drukke weken, want daar valt een nieuwe werkwijze het eerst terug.
De plek in de keten
Ook de positie in de keten bepaalt veel. Onderaannemers en vaklieden werken doorgaans nog met 2D-tekeningen, terwijl de hoofdaannemer die de bouwkundige en constructieve modellen ontvangt met 3D werkt. Opdrachtgevers kunnen dat verschuiven. Het Rijksvastgoedbedrijf hanteert voor leveranciers eigen specificaties voor te leveren BIM-producten, waaronder de RVB BIM Norm, omdat het betrouwbare informatie wil om gebouwen en contracten te beheren. Wij merken dat ook ontwikkelaars hogere eisen stellen aan het 3D-model, omdat ze het later als beheermodel willen gebruiken.
De digiMonitor ziet digitale samenwerking inmiddels steeds meer rond de aannemer draaien, maar de urgentie wordt nog niet echt gevoeld: volgens de onderzoekers ligt in elke doelgroep minstens zo'n 40 procent er niet wakker van. De zorgen die er wel zijn, gaan vooral over afhankelijkheid van technologie en afstemming met andere partijen.
De nuance: het hoeft echt niet altijd
Dat betekent niet dat elk bedrijf morgen in BIM moet stappen. De onderzoekers van de eerste meting merken zelf op dat zowel een hoge als een lage BIM-volwassenheid het gevolg kan zijn van bewuste keuzes. Voor een klein bedrijf met kleine projecten kost een cloudomgeving geld en tijd die niet altijd terugkomen. Wat wel opvalt: niet-gebruikers schatten de voordelen lager en de kosten hoger in dan gebruikers. De vraag is dan niet 'moet ik?', maar of de afweging klopt: gemaakt op wat het oplevert, of op wat men denkt dat het kost.
Tot slot
BIM-gebruik groeit langzaam, van 32 naar 38 procent in twee jaar. De beweging is er. Het tempo wordt niet bepaald door softwarelicenties, maar door gesprekken: wat levert het deze tekenaar, deze planner, deze calculator op? Waar dat antwoord helder is, volgt het gebruik vanzelf. Waar het ontbreekt, blijft BIM een term die iedereen kent.
Meer weten?
Wil je sparren over hoe je BIM in je eigen organisatie laat landen? Neem gerust contact op met Herwin Kampjes (herwin@bimbuildings.nl) of via onze contactpagina. Hoe wij teams hierbij trainen en begeleiden lees je op onze dienstenpagina, en meer kennis uit de bouw vind je bij onze andere Insights.

